Groene kardinaal
Verspreiding:
De groene kardinaal heeft zijn verspreidingsgebied van Uruguay, Noord en Oost Argentinië. De vogels bewonen nagenoeg alle biotopen, ook komen ze wel voor in woonwijken en blijken dan helemaal niet zo schuw te zijn.
Grootte:
De groene kardinaal is tussen de 17 en 18 cm. groot.
Geslachtsonderscheid:
Er is een duidelijk verschil tussen het mannetje en het popje. De man is overwegend geel-groen gekleurd met zwarte, soms zware, streeptekening op rug en schouders. Op de bovenkop bevindt zich een zwarte spitse kuif. De teugel is zwart van kleur en loopt door tot achter het oog. Ook de de kin en de keel zijn zwart. De pop is vaak meer grijs van kleur. In tegenstelling tot de gele kopkleur van de man is deze bij de pop meer wit van kleur.
Karakter:
Het zijn gezellige vogels die, buiten de broedperiode, prima samen gehouden kunnen worden met andere volièrevogels. Ook met de wat kleinere soorten kunnen ze prima overweg. Het zijn vogels die het best tot hun recht komen in een ruime beplante volière. Het is af te raden deze prachtige vogel(s) in een kooi te houden. Wel dient opgemerkt te worden dat het karakter van de vogels tijdens de broedperiode sterk kan veranderen. Ze kunnen zich dan agressief gaan gedragen. Echter, uitzonderingen bevestigen ook hier de regel.
Omgevingstemperatuur:
Groene kardinalen zijn winterhard en kunnen in een volière met een vorst- en tochtvrij nachtverblijf overwinteren.
Voeding:
Als voeding dient een goede zaadmengeling samengesteld te worden. Bijvoorbeeld 2 delen agapornidenzaad gemengd met 1 deel tropische vogels en of wildzangzaad. Verstrek verder een goed samengesteld eivoer/krachtvoer en bij voorkeur kiemzaad. Om aan de behoefte van dierlijke eiwitten in de voeding tegemoet te komen kan het beste een insecten-/universeelvoer toegevoegd worden (bijvoorbeeld 50 eivoer, 50% universeelvoer). Vooral in de periode dat de vogels jongen hebben is het belangrijk dat ze de beschikking hebben over dierlijke eiwitten. Extra dierlijke eiwitten moeten, naast het verstrekken van een goed samengesteld eivoer/universeelvoer, verstrekt worden in de vorm van bijvoorbeeld meelwormen, miereneieren, buffalowormpjes. Ook dagelijks wat fruit en groente wordt door deze vogels graag gegeten. Naast bovenstaande voeding is het noodzakelijk dat de vogels dagelijks de beschikking hebben over vers en fris bad- en drinkwater en mogen ook vogelmineralen (grit) en maagkiezel niet ontbreken.